Naar de inhoud

Les 2 · ± 25 minuten

De aarde uit het midden

Copernicus schuift de zon naar het centrum

🧪 Eerst doen, dan lezen!

Hieronder staat het proefje 'Twee wereldmodellen, één hemel'. Je ziet twee werelden naast elkaar: links het geocentrische model met de aarde in het midden en planeten op cirkels met epicykels, rechts het heliocentrische model met de zon in het midden. Druk op de tijdknop en volg alléén Mars. Kijk in het linkermodel hoe de planeet af en toe een lus maakt: dat is de retrograde beweging, en die wordt daar met een extra cirkel nagebouwd. Kijk daarna naar rechts en let op het moment waarop de aarde Mars aan de binnenkant inhaalt — precies dán lijkt Mars vanaf de aarde achteruit te lopen, zonder dat er een extra cirkel aan te pas komt. Zet tot slot de twee tellers naast elkaar: hoeveel cirkels heeft elk model nodig om de waarnemingen te verklaren? Je zult zien dat het rechtermodel niet spectaculair veel minder cirkels heeft — het is vooral minder gedoe, niet automatisch nauwkeuriger.

🔬 Twee wereldmodellen, één hemel

Mars loopt af en toe achteruit langs de sterren. Ptolemaeus zette de aarde in het midden en verklaarde dat met een extra cirkel; Copernicus zette de zon in het midden en kreeg die lus cadeau. Speel de tijd af en kijk of je aan de hemel verschil ziet.

Ptolemaeus: aarde in het midden

zonaardeMars1 AE = 52 px · stippellijn: baan van de zon · dunne lijnen: kijkrichting aarde → Mars

2 cirkels voor Mars (deferent + epicykel) · 40 cirkels voor alle planeten samen

Copernicus: zon in het midden

zonaardeMars1 AE = 52 px · stippellijn: baan van de zon · dunne lijnen: kijkrichting aarde → Mars

1 cirkel voor Mars (alleen zijn eigen baan) · 34 cirkels voor alle planeten samen

Wat je aan de hemel ziet: de hemellengte van Mars over de laatste 320 dagen — beide modellen geven dít spoor

320 dagen geleden

← westelijker · oostelijker → · tijd loopt van boven naar beneden · nu 2,5°, 0,63° per dag vooruit

Mars schuift 0,63° per dag vooruit (oostwaarts) langs de sterren. Speel de tijd af tot rond dag 780: elke 780 dagen haalt de aarde Mars in en keert hij tijdelijk om. Tel ondertussen de cirkels die elk model daarvoor nodig heeft.
🏠 Doe het thuis ook écht

Bouw de retrograde lus na in de woonkamer. Zet een schemerlamp op tafel: dat is de zon. Plak vijf gele briefjes op de verste muur, ver uit elkaar: dat zijn de sterren. Jij loopt een kleine, snelle cirkel om de lamp (de aarde), een huisgenoot loopt een grotere, langzamere cirkel eromheen (Mars) — spreek af dat jij twee rondjes doet in de tijd dat hij er één doet. Wijs onder het lopen onafgebroken met je gestrekte arm naar Mars en roep telkens hardop bij welk briefje je arm uitkomt. Meestal schuift je arm netjes de ene kant op langs de briefjes — maar op het moment dat je hem inhaalt, schuift je arm even de ándere kant op. Niemand liep achteruit; de lus zat in jóúw standpunt.

Deel 1 van 3 · Wat je ziet als je omhoog kijkt

kaart 1 van 15

Wat je ziet als je omhoog kijkt

Ga vanavond naar buiten en kijk eerlijk: wat neem je waar? De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen. De maan doet hetzelfde. De sterren draaien 's nachts in een grote boog om je heen. En hoe zit het met de grond onder je voeten? Die staat muurvast — je voelt geen wind van een razende aarde, je valt niet om, er klotst niets. Uit precies die waarnemingen trok Aristoteles rond 350 v.Chr. de conclusie die iedereen logisch vond: de aarde staat stil in het midden, en de hemel draait eromheen. Hij had er zelfs een scherp argument bij. Als de aarde een baan zou beschrijven, zou je de sterren vanuit twee verschillende plekken zien en zouden ze een beetje moeten verschuiven — en dat zag niemand. Dat is geen domme redenering, dat is een goede: er wás geen bewijs voor beweging.