Naar de inhoud

Les 1 · ± 25 minuten

Klopt deze redenering?

Het verschil tussen waar en geldig

🧪 Eerst doen, dan lezen!

Open het Syllogisme-lab en bouw je eerste redenering: kies bij premisse 1 'Alle katten zijn zoogdieren', bij premisse 2 'Minoes is een kat' en bij de conclusie 'Dus Minoes is een zoogdier'. Kijk eerst naar het venndiagram: de cirkel 'katten' ligt helemaal binnen de cirkel 'zoogdieren', en het stipje van Minoes kan dus nergens anders liggen dan in allebei — de conclusie kán niet ontsnappen. Let nu op de twee stempels ernaast: GELDIG en WAAR staan er los van elkaar op, en dat is het hele punt van deze les. Zet premisse 1 daarna op 'Alle vogels kunnen vliegen', premisse 2 op 'Pingu de pinguïn is een vogel' en de conclusie op 'Dus Pingu kan vliegen': eentje van de twee stempels blijft staan, de andere klapt om. Klik daarna op 'Draai premisse 1 om' en kijk wat er met het venndiagram gebeurt als de binnen- en buitencirkel van plaats wisselen. Jouw opdracht: laat alle vier de vakjes onderaan een keer oplichten — sluitend bewijs, geldig maar onwaar, waar maar bewijst niets, en dubbel mis. Welke van de vier voelt het raarst?

🔬 Het Syllogisme-lab

Bouw een redenering uit twee premissen en een conclusie. Geldig gaat over de vórm, waar gaat over de feiten — en dat zijn twee losse stempels.

Nu: “Alle katten zijn zoogdieren”
zoogdierenkattenMinoes

GELDIG

de vorm

WAAR

de premissen

Minoes ligt in katten en daarmee automatisch in zoogdieren. Precies wat de conclusie beweert.

geldig + waarsluitend bewijs ← hier sta je
geldig + onwaargeldig, maar onwaar
ongeldig + waarwaar, maar bewijst niets
ongeldig + onwaardubbel mis
Vorm én feiten kloppen: hier valt niets tegenin te brengen.
🏠 Doe het thuis ook écht

Trek de bestekla open en schrijf twee premissen op een briefje, bijvoorbeeld: 'Alle vorken in deze la zijn van metaal' en 'Dit is een vork uit deze la'. Laat iemand blind één voorwerp pakken en kijk wat het is: is het een vork, dan klopt premisse 2 en zeg je samen hardop wat eruit volgt; is het een lepel, dan is premisse 2 onwaar en volgt er helemaal niets — laat dan opnieuw pakken. Doe daarna wat de widget níét voor je kan doen: controleer die eerste premisse écht, door élke vork uit de la te pakken en te bekijken. Eén plastic prikvorkje achterin en je premisse is onwaar — terwijl je redenering nog precies even geldig blijft. Herhaal het met een premisse over de koelkastdeur ('alles in deze deur is drinken') en houd een turflijstje bij: hoeveel van je eigen premissen sneuvelen bij een echte controle?

Deel 1 van 3 · Twee dingen die je uit elkaar moet houden

kaart 1 van 15

Twee dingen die je uit elkaar moet houden

Een redenering bestaat uit twee soorten zinnen. De premissen zijn de zinnen waarmee je begint, de conclusie is de zin die je eruit trekt. 'Alle katten zijn zoogdieren' en 'Minoes is een kat' zijn premissen; 'dus Minoes is een zoogdier' is de conclusie. Zo'n redenering met twee premissen en één conclusie heet een syllogisme, en het is de bouwsteen waarmee je bijna elke discussie uit elkaar kunt schroeven. Zodra je de premissen los van de conclusie kunt aanwijzen, hoor je in een gesprek ineens iets wat de meeste mensen missen: wáár het bewijs zit, en wáár de sprong.