Les 2 · ± 25 minuten
Waarom kost het wat het kost?
Vraag, aanbod en de prijs die ertussen ontstaat
🧪 Eerst doen, dan lezen!
Open de PrijsMarkt en zet je limonadekraam eerst op de laagste prijs. Kijk naar de twee getallen: hoeveel kinderen willen kopen (de vraag) en hoeveel bekers jij wilt maken (het aanbod). Klik de prijs stap voor stap omhoog en volg allebei de getallen — de een zakt, de ander stijgt. Bij een lage prijs staat er een rij die je niet kunt bedienen; bij een hoge prijs blijf je met bekers zitten. Zoek de prijs waarop de widget het evenwichtspunt markeert en let ook op de omzet in euro's: die is bij de allerhoogste prijs níét het grootst. Druk daarna op 'Hittegolf' en kijk waar het evenwichtspunt naartoe schuift, en dan op 'Tweede kraam' — welke kant gaat de prijs nu op?
🔬 De Prijsmarkt
Jij bepaalt wat een beker limonade kost. Vraag je te veel, dan blijf je met bekers zitten; vraag je te weinig, dan staat er een rij die je niet kunt bedienen. Eén prijs laat het precies kloppen — zoek hem.
Prijs per beker
Vraag
80 kopers
Aanbod
40 bekers
Verkocht
40 bekers
Omzet
€ 20,00
40 kinderen vangen bot.
🏠 Doe het thuis ook écht
Pak vijf producten uit de koelkast en de voorraadkast en zoek van elk de prijs op — op de verpakking, op een kassabon of op de site van de supermarkt. Noteer ook het gewicht en reken de prijs per kilo uit: prijs ÷ gewicht in kilo. Zet ze op volgorde van goedkoop naar duur en zoek bij de duurste uit waar dat aan ligt: is er weinig van, komt het van ver, of wil bijna iedereen het? Vraag daarna thuis welke van de vijf vorig jaar duidelijk goedkoper of duurder was.
Deel 1 van 3 · Niemand bepaalt de prijs in zijn eentje
kaart 1 van 15
Niemand bepaalt de prijs in zijn eentje
Wie bepaalt eigenlijk wat een beker limonade kost? Niet de verkoper, want die kan wel € 5,00 vragen maar dan komt er niemand. En niet de koper, want die zou het liefst € 0,00 betalen en dan gaat de kraam dicht. De prijs is het punt waarop de twee het eens worden. Economen gebruiken daar twee woorden voor. De vraag is hoeveel stuks kopers bij een bepaalde prijs willen kopen. Het aanbod is hoeveel stuks verkopers bij die prijs willen leveren. Let op dat allebei die woorden een getal bij een prijs zijn — 'veel vraag naar limonade' zegt pas iets als je erbij zet: bij welke prijs?